Zondag 9 augustus 2026 om 09.30 uur

Domkerk
Voorganger(s): ds. Lennart van Berkel
Tekst(en): Jona 2: 1-11 & Mattheüs 14: 22-33
Ouderling(en): Pete de Bruijn
Organist: Jobje Versteeg-Zuur

Beamer: Cees Vermeer
Streamer: Koos de Rijke
Bijbellezer: Martin Hulscher  
Collecte: 1. Kerk in Actie: Ghana, 2 de kerk
Locatie: Domkerk

Klik op de button om mee te luisteren   
Meekijken? Dit kan door te klikken op dit logo:   of via 

   
Orde van dienst:
Thema: De Heer die redt
Orgelspel
Welkom
Intochtspsalm 62: 1 + 4
Mijn ziel is stil tot God mijn Heer,
van Hem verwacht ik altijd weer
mijn heil, - op Hem toch kan ik bouwen.   
Ik wankel niet, want Hij staat vast:
mijn toevlucht, als het water wast,
mijn rots, mijn enige vertrouwen.
Wees stil, mijn ziel, tot God uw Heer,
Hij immers schenkt u altijd weer
zijn heil, - op Hem toch kunt gij bouwen.  
Wankel dan niet, want Hij staat vast,
Hij is, ook als het onheil wast,
uw rots, uw enige vertrouwen.

Stil gebed
Bemoediging en groet

Psalm 62: 6 (Nieuwe Psalmberijming)
6. God sprak tot mij dit ene woord,
   zelfs tweemaal heb ik het gehoord:
   ‘Aan Mij is alle macht op aarde.’
   Heer, U bent liefdevol en goed;
   U geeft elk mens naar wat hij doet,
   U kent van ieders werk de waarde.

Kyriëgebed

Glorialied 864: 1 + 5
Laat ons de Heer lofzingen,   
juicht, al wie bij Hem hoort!
Hij zal met trouw omringen
wie steunen op zij woord.
Al moet ge hier ook dragen
veel duisternis en dood,
gij hoeft niet te versagen,
Hij redt uit alle nood.
Daarom lof zij de Here,
in wie ons heil bestaat,
Hem die ons toe wou keren   
zijn liefelijk gelaat.
Hij moge ons behoeden,
elkander toegewijd,
en schenke ons al 't goede
nu en in eeuwigheid.

Gebed

Lezing uit het Oude Testament: Jona 2: 1-11

1De HEER liet Jona opslokken door een grote vis.
Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis.
2Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden:
3‘In mijn nood riep ik de HEER aan en Hij antwoordde mij.
Uit het rijk van de dood schreeuwde ik om hulp –
U hoorde mijn stem!
4U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
Kolkend water heeft mij omgeven,
zwaar sloegen uw golven over mij heen.
5Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
Maar eens zal ik weer uw heilige tempel aanschouwen.
6Het water sneed mij de adem af.
Muren van water hebben mij omgeven, met wier is mijn hoofd omwonden.
7Ik zonk naar de bodem, waar de bergen oprijzen,
naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sloot.
Maar U trok mij levend uit de dood omhoog,
o HEER, mijn God!
8Toen mijn levensadem mij verliet, riep ik U aan, HEER,
en mijn gebed kwam tot U in uw heilige tempel.
9Zij die armzalige goden vereren, verlaten U, trouwe God,
10maar ik zal mijn stem in dank verheffen en U offers brengen;
mijn geloften los ik in.
Het is de HEER die redt!’
11Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het droge.

Lied 352: 2 + 4 + 5
Gij weerstaat de boze machten,    
storm en ontij, donkere nachten
en ’t gevaar dat wij niet achten:
richt U op en strek uw hand!

Als wij slapen zult Gij waken;
die als Jona in het water
uit de diepte en verlaten
riep en niets dan onheil vond.
Gij hebt, uit de dood verrezen,
’t boos getij terecht gewezen,
en het water zal U vrezen,
’t water brengt ons weer aan land.  
 

Lezing uit het Nieuwe Testament: Matteüs 14: 22-33
22Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant. Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd. 23Toen Hij hen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en Hij was daar helemaal alleen. 24De boot was intussen al vele stadiën van het vasteland verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. 25Tegen het einde van de nacht kwam Hij naar hen toe, lopend over het water. 26Toen de leerlingen Hem op het water zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een geest!’ en schreeuwden het uit van angst. 27Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Houd moed! Ik ben het, wees niet bang!’ 28Petrus antwoordde: ‘Heer, als U het bent, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’ 29Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ 31Meteen strekte Jezus zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ 32Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. 33De leerlingen wierpen zich voor Hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’

Lied 917 
Zie in de bijlage ook de bladmuziek
Ga in het schip, zegt Gij,
steek van het strand.
Vaar tegen wind en tij,
vaar naar de overkant,
wacht daar op Mij.

Geeft Gij ons nu een steen,
Meester, voor brood?
Laat Gij ons nu alleen?
Laat Gij ons in de nood?
Zendt Gij ons heen?

Wij zien alleen nog maar
wateren wind.
Zegt Gij dan: wacht Mij daar?   
Wij, nu de nacht begint,
weten niet waar.
Wandelt Gij als een schim
over het meer?
Werd Gij een verre glimp?
Heer, zijt Gij onze Heer,
kom van de kim!

Kom met uw scheppingswoord
in onze ziel!
Spreek dat de wind het hoort!
Kom, dat het water knielt,
bij ons aan boord!

Ik ben het, zegt Gij dan.
Kom maar met Mij
mee naar de overkant.
Wees maar niet bang, zegt Gij,   
hier is mijn hand.








Verkondiging

Meditatieve stilte

Lied 939: 1 + 2
Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,
stel ik mijn hoop. U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht    
leidt mij uw hand. U blijft nabij.
Uw vrede diep, uw liefde groot
verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament,
U bent de grond waarop ik sta.
U werd een mens, U daalde neer
in onze pijn en schuld en strijd.
U droeg de last, verrezen Heer
die ons van elke vloek bevrijdt:
U sloeg de zonden aan het kruis
en brengt ons bij de Vader thuis;
want door uw bloed, uw levenskracht
komen wij vrij voor God te staan.

Afkondigingen / mededelingen
Dank- en voorbeden
Stil gebed en Onzevader
Overige mededelingen
Inzameling van de gaven

Slotlied 869: 3 + 4 + 6
Wat onze God in de aanvang schiep,     
dat wil Hij ook bewaren;
wat onze God tot aanzijn riep
doet Hij zijn trouw ervaren.
De Heer regeert, en het is goed
waar Hij de mensen wonen doet.
Geef onze God de ere!

Ik riep de Heer aan in de nood:
‘O God, hoor naar mijn klagen!’
Toen redde Hij mij van de dood.
Zijn goedheid blijft ons dragen.
Daarom, o Here, dank ik U, -
o dank Hem met mij, dank Hem nu!
Geef onze God de ere!
Ik wil U, Heer, mijn leven lang
van ganser harte prijzen
en in mijn lied, mijn lofgezang
mijn dank aan U bewijzen.
Mijn hart, verheug u in de Heer,    
lichaam en ziel, verblijd u zeer!
Geef onze God de ere!

Zending en Zegen
Gezongen amen


Toelichting collecte
In Ghana is 20 procent van de jongeren werkloos. Gebrek aan werk en inkomsten kan een voedingsbodem zijn voor haatdragende denkbeelden, die groepen tegen elkaar opzet. Met steun vanuit Nederland kunnen ieder jaar 60 jongeren een vaktraining volgen. Ze leren voor timmerman, wever, kleermaker, cateraar of kapper. In steeds tien nieuwe dorpen leren 450 christenen en moslims samen zeep maken en samenwerken in vredesgroepen om conflicten te voorkomen en hun dorp te ontwikkelen.

 

terug
×