Zondag 7 juni 2026 om 19.00 uur

Vredekerk
Voorganger(s): ds. Lennart van Berkel
Tekst(en): 1 Koningen 17: 1-6 & 1 Koningen 17: 7-16 & 1 Koningen 17: 17-24
Ouderling(en): Peter Keijzer
Organist: Christian Hutter

Collecte: 1. diaconie, 2. kerkrentmeesters
Locatie: Vredekerk

Wilt u meeluisteren? Klik op het oortje voor de Vredekerk:   

Orde van dienst:
Thema: De roeping van Elia
Orgelspel
Welkom
Intochtslied 984: 1 t/m 4
Gezegend die de wereld schept, de dag uit nacht tot leven wekt,
het licht der zon roept en de maan, de sterren om op wacht te staan.

Gezegend die de aarde maakt, de grenzen van de zee bewaakt,
ontluiken doet het jonge groen, de kleurenpracht van elk seizoen.

Gezegend die een woonplaats maakt voor wat beweegt en ademhaalt:
de dieren in het vrije veld, de vogels in hun zingend spel.

Gezegend die de mensen roept tot liefde, vruchtbaarheid en moed,
om voor elkander te bestaan in eerbied voor zijn grote naam.

Stil gebed

Bemoediging en groet      

Lied 984: 5 t/m 6
Gezegend zijt Gij om uw woord dat ons tot vrede heeft bekoord,
tot leven dat van lijden weet en liefde die geen einde heeft.

Gezegend zijt Gij om de Geest die van de aanvang is geweest:
de adem die ons gaande houdt en in het eind in U behoudt.

Gebed

Lezing uit het Oude Testament: 1 Koningen 17: 1-6 (God roept en beschermt)
1De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: ‘Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.’
2De HEER richtte zich tot Elia met de woorden: 3‘Ga weg van hier. Ga naar het oosten en zoek een schuilplaats in het Keritdal, aan de overkant van de Jordaan. 4Drinken kun je uit de rivier, en Ik heb de raven opgedragen je daar van voedsel te voorzien.’ 5Elia deed wat de HEER hem had gezegd, hij ging weg en trok zich terug in het Keritdal, ten oosten van de Jordaan. 6De raven brachten hem daar ’s ochtends en ’s avonds brood en vlees, en water dronk hij uit de rivier.

Lied 31: 1 + 15 + 19
Op U vertrouw ik, Heer der heren, Gij die mijn sterkte zijt.
Om uw gerechtigheid wil nimmer mij de rug toekeren.
Betoon mij uw nabijheid en stel mij in de vrijheid.

Hoe groot is ’t goed, dat Gij, o Here, hebt weggelegd voor hem,
die acht slaat op uw stem. Gij zijt voor wie zich tot U keren
een schuilplaats uit de hoge voor aller mensen ogen.

God slaat de trotsen die Hem griefden, maar steunt met raad en daad
wie zich op Hem verlaat. Hoop op de Heer, gij zijn geliefden,
houd moed, blijf Hem verwachten, Hij schenkt u nieuwe krachten.

Verkondiging (deel 1)

Lezing uit het Oude Testament : 1 Koningen 17: 7-16 (God voorziet in overvloed)
7Maar doordat het almaar niet regende in het land, viel de rivier na verloop van tijd droog. 8Toen richtte de HEER zich tot Elia met de woorden: 9‘Ga naar Sarefat, in de buurt van Sidon, en neem daar je intrek. Ik heb een weduwe daar opgedragen je van voedsel te voorzien.’ 10Elia ging op weg naar Sarefat, en toen hij bij de stadspoort aankwam, zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water voor hem wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen. 11Terwijl ze wegliep om water te halen, riep hij haar na of ze ook een stuk brood voor hem wilde meenemen. 12‘Zo waar de HEER, uw God, leeft,’ antwoordde zij, ‘ik heb niets meer in voorraad, alleen een handjevol meel in de pot en een restje olijfolie in de kruik. Kijk, ik heb net een paar takken geraapt om iets te eten te maken voor mij en mijn zoon. Als dat op is, zullen we van honger sterven.’ 13Maar Elia zei: ‘Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt eerst iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaarmaken, 14want dit zegt de HEER, de God van Israël: Tot op de dag dat Ik weer regen op de aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.’ 15De vrouw ging naar huis en deed wat Elia had gezegd. En ze hadden elke dag te eten, zij, Elia en haar familie. 16Er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg, zoals de HEER bij monde van Elia had beloofd.

Lied 146a: 4 + 5
Hij is de Heer, de trouwe, die niemand onrecht doet.
Wie maar aan Hem zich houden, die geeft Hij alle goed.
Moet iemand onrecht lijden, de Heer staat aan zijn kant.
Hij doet te allen tijde aan elk zijn woord gestand.

Op duizenderlei wijze redt Hij ons van de dood.
Hij geeft ons drank en spijze in schaarste en in nood.
En als wij zijn gevangen, te middernacht zendt Hij
ons liederen en gezangen en maakt ons eindelijk vrij.

Verkondiging (deel 2)

Lezing uit het Oude Testament: 1 Koningen 17: 17-24 (God van leven)
17Enige tijd later werd het kind van Elia’s gastvrouw ziek, en wel zo ernstig dat ten slotte alle leven uit hem week. 18Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?’ 19‘Geef mij uw zoon,’ zei hij, en hij nam de jongen van haar schoot en droeg hem naar boven, naar de kamer die hij in gebruik had, en legde hem op zijn eigen bed. 20Toen riep hij de HEER aan en vroeg: ‘HEER, mijn God, waarom treft U juist deze weduwe, die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’ 21Hij strekte zich driemaal over het kind uit, daarbij de HEER aanroepend met de woorden: ‘HEER, mijn God, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’ 22De HEER verhoorde Elia’s smeekbede: de levensadem keerde terug in de borst van het kind, en het leefde weer. 23Elia nam het kind op, droeg het naar beneden en gaf het aan zijn moeder terug. ‘Kijk, uw zoon leeft,’ zei hij. 24Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Nu weet ik dat u door God gezonden bent en dat u werkelijk namens de HEER spreekt.’

Lied 146a: 6 + 7
Hij is het licht der blinden, der zwakken steun en staf.
Die zich in rouw bevinden, neemt Hij de droefheid af.
Maar allen die Hem haten, hun wegen maakt Hij krom;
wat zij in trots bezaten, keert Hij in gramschap om.

Ik arme en geringe, hoe zou ik voor uw troon
U lof en dank toezingen? Gij zijt zo groot, zo schoon.
Maar omdat Gij mijn leven duldt voor uw aangezicht,
mag ik, o Heer, U geven de weerglans van uw licht.

Verkondiging (deel 3)

Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel

Lied 345
Gij hebt uw woord gegeven nog voor ik U iets vroeg,
dat is voor heel mijn leven, ja voor de dood genoeg.
Uw woord is daad, o Vader, werd brood in de woestijn,
werd mens en is mij nader dan wie mijn naasten zijn.

Nu ik U heb gegeven mijn woord op deze dag,
geef dat met heel mijn leven ik daarvoor instaan mag,
dat ik het in mijn daden waarmaak aan iedereen.
Maak zichtbaar uw genade door mij en om mij heen.

God, die uw woord gegeven, uw Zoon gezonden hebt
en naar zijn beeld het leven van wie U kent herschept, –
wees door uw Geest met allen die hebben ja gezegd,
dat zij die staan niet vallen. Maak Gij ons trouw en echt.

Afkondigingen / mededelingen

Dank- en voorbeden
Stil gebed
Onze Vader

Inzameling van de gaven 

Slotlied Evangelische Liedbundel 186a
Leid mij, Heer, o machtig Heiland
door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
wees mijn Gids in 't barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
vul mij met uw Geest steeds meer,
vul mij met uw Geest steeds meer.

Laat mij zijn een Godsgetuige,
sprekend van U meer en meer.
leid mij steeds door uwe liefde,
groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U,
voed mij dat ik groei naar U.

Laat door mij uw levend water
vloeien als een klare stroom.
O, Heer Jezus, 't wordt steeds later
dat uw Geest over allen koom’.
Machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus, in uw kracht,
kom, Heer Jezus, in uw kracht.

Zending en Zegen
Gezongen amen



terug
×