Zondag 7 juni 2026 om 09.30 uur

Vredekerk
Voorganger(s): Hans Paauwe
Tekst(en): Genesis. 37: 12 t/m 28
Ouderling(en): Yvonne Lindhout-van den Berg
Organist: Christian Hutter

Beamer: Cees Vermeer
Streamer: Evert van den Berg
Bijbellezer: Ina van Wensen-Jeurlink
Collecte: 1. diaconie, 2. kerkrentmeesters
Na de dienst: koffie drinken
Locatie: Vredekerk

Klik op de button om mee te luisteren   
Meekijken? Dit kan door te klikken op dit logo:   of via 


Orde van dienst:
Welkom
Evnagelische liedbundel 357: 1 + 3 + 4
Stilte, bemoediging & groet
Inleiding thema
Lied 280: 1 + 2 + 4 + 6
Openingsgebed
Lied 704: 1 + 2 + 3
Bijbellezing: Genesis. 37: 12 t/m 28
12Toen Jozefs broers eropuit getrokken waren om de kudden van hun vader bij Sichem te laten grazen, 13zei Israël tegen Jozef: ‘Zoals je weet zijn je broers het vee aan het weiden bij Sichem. Ik wil dat jij naar hen toe gaat.’ ‘Dat doe ik,’ zei Jozef, 14en Jakob vervolgde: ‘Kijk of het goed gaat met je broers en met het vee, en breng mij dan verslag uit.’ Zo stuurde Jakob hem vanuit de Hebronvallei naar Sichem. 15Toen Jozef daar in het veld ronddwaalde, kwam er iemand op hem af die vroeg wat hij zocht. 16‘Ik ben op zoek naar mijn broers,’ antwoordde hij. ‘Kunt u me zeggen waar zij het vee aan het weiden zijn?’ 17‘Ze zijn al van hier vertrokken,’ zei de ander, ‘ik hoorde hen zeggen dat ze naar Dotan zouden gaan.’ Jozef ging zijn broers achterna en trof hen in Dotan aan.
18Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden. 19‘Kijk daar eens,’ zeiden ze tegen elkaar, ‘daar komt die meesterdromer aan. 20Dit is onze kans! Laten we hem vermoorden en hem ergens in een put gooien. We zeggen gewoon dat hij door een roofdier is verslonden. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen uitkomt.’ 21Toen Ruben dat hoorde, wilde hij proberen Jozef te redden. ‘Nee, laten we hem niet om het leven brengen,’ zei hij, 22‘we mogen geen bloed vergieten! Gooi hem in deze put, hier in de woestijn, maar breng hem niet om.’ Zo wilde hij Jozef uit hun handen redden en hem terugbrengen naar zijn vader. 23Zodra Jozef bij zijn broers was gekomen, trokken ze hem zijn bovenkleed uit, dat veelkleurige gewaad, 24en gooiden hem in de put; de put was leeg, er stond geen water in. 25Daarna gingen ze zitten eten.
Opeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten, die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars. 26Toen zei Juda tegen zijn broers: ‘Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de bloedsporen weer zien uit te wissen. 27Laten we hem aan die Ismaëlieten verkopen in plaats van hem om te brengen; hij is tenslotte onze broer, ons eigen vlees en bloed.’ De anderen stemden hiermee in. 28Toen er Midjanitische kooplieden uit de karavaan voorbijkwamen, trokken de broers Jozef uit de put en verkochten hem voor twintig sjekel, en die Ismaëlieten namen Jozef mee naar Egypte.

Psalm 22: 1 + 4 + 5
Overdenking
Luisterlied Als ik naar de bergen kijk, Sela
Pastorale mededelingen
Dank- en voorbede
Evangelische liedbundel 170: 1 + 2
Collecte
Slotlied Evangelische liedbundel 186a: 1 + 2 + 3
Zegen


terug
×